- Het is wel erg druk
- Wat had jij dan verwacht, dat we zomaar even door kunnen lopen?
Ik kijk mijn vader aan en wil iets zeggen, maar besluit om het maar te laten. We staan voor De Meer, een stadion waar ik al vaak wedstrijden gezien heb, alleen of met mijn vader en/of moeder. Lijn 9 rijdt achter ons weg. Het is 17 juli 1989 en Ajax organiseert voor het eerst een Open Dag. We lopen langs het trainingsveld naar het stadion en ik krijg een handtekeningenkaart in mijn hand gedrukt, een lang stuk hard papier met kleine foto's van de spelers en de technische staf met daarnaast ruimte voor een handtekening.
We gaan het stadion in, want de presentatie van de spelers begint zo. Pa gaat op de tribune zitten en ik zoek een mooi plekje uit naast de dug-out, waar ik foto's kan maken. Dat lukt. De close-ups van Jan Wouters, Richard Witschge, Frank en Ronald de Boer, Bryan Roy, Stefan Pettersson en Dennis Bergkamp heb ik al snel.
Na de presentatie lopen we een rondje rond het stadion. De spelers gaan dat later ook doen, om handtekeningen uit te kunnen delen. Het rondje zit er al snel op en we gaan in de rij staan om het deel van het stadion in te mogen wat we normaal niet zien. Een kwartiertje later schuifelen we tussen andere mensen door gangen en zalen. Als we in de bestuurskamer komen gaat Michael van Praag op een stoel staan om iets over de plannen van Ajax te vertellen. Hij doet dat met verve en heeft al snel iedereen stil, omdat hij welbespraakt uitlegt wat dit voor kamer is en hoe Ajax ervoor staat. Er komt een nieuw stadion en hij legt uit waarom dat er komt. Als hij na een minuut of tien van zijn stoel afstapt, komt er iemand naar hem toe om over het nieuwe stadion te praten. Pa en ik lopen erlangs en ik hoor Van Praag 'Desalniettemin' zeggen. Dat woord ken ik niet. We lopen verder en uiteindelijk komen we in de witte gang met foto's van alle eerste-elftal spelers van Ajax in Oranje terecht. Ik voel me klein. Het zal ook wel de bedoeling zijn dat tegenstanders van Ajax zich klein gaan voelen. Iedere foto heeft een verhaal. Keizer, Cruijff, Gerry en Arnold Mühren,
Pa gaat met een plastic beker bier in het stadion zitten om uit te rusten, ik ga op handtekeningenjacht. Bryan Roy wordt belaagd door mensen, er zijn ook mensen die hem over zijn hoofd aaien, maar het lukt me. Dennis Bergkamp komt amper vooruit, maar het lukt me ook. Ik sta te wachten tot Frank de Boer klaar is, maar zijn pen begeeft het. Hij vraagt aan iedereen en niemand of iemand een pen voor hem heeft. Ik heb er twee, dus ik geef hem er een. 'Dankjewel, je krijgt hem nog terug,' zegt hij als hij met mijn eigen pen zijn handtekening op mijn handtekeningenkaart zet. Ik loop door naar Ronald de Boer. Daarna ga ik even het stadion in. Aron Winter staat op een trap naar de tribunes. Hij heeft een mooie handtekening. Beenhakker staat op de tribune en haalt af en toe zijn hand door zijn haar. Ik maak een foto van dat moment, ook al kan ik dat moment wel dromen. Als ik de handtekening van Pettersson heb besluit ik terug naar pa te gaan. Onderweg kom ik Frank de Boer tegen. Hij geeft me mijn pen terug en bedankt me. ik wens hem veel succes voor het komende seizoen.
Als ik bij pa ben vraag ik hem wat desalniettemin betekent. Hij zegt dat het een soort ondanks of desondanks is. 'Een nevertheless.' Hij geeft een paar voorbeelden en ik snap het.
Na een tijdje beginnen de spelers aan de warming-up. Het blonde haar van Peter Larsson wordt wit in de zon. Ik kijk naar mijn vader en hoor hem diep zuchten. Dit is de laatste keer dat hij naar Ajax kan. Gezondheidsredenen. De reis wordt te zwaar. Hij is niet echt bij de wedstrijd, maar haalt stil herinneringen op, denk ik. Piet Römer die na ieder doelpunt pepermuntjes uitdeelde. Met mijn moeder naar Amsterdam en Ajax, voor de wedstrijd winkelen en musea bezoeken en na de wedstrijd de kroeg in. Daarna was het de laatste trein of een van tevoren geboekt hotel.
Na de wedstrijd van Ajax tegen het Telegraafteam lopen we naar de halte van Lijn 9. Het was een fijne, gezellige dag. Druk, maar leuk druk. Niets wat kinderachtig is. Mijn vader kijkt één keer om en daarna naar beneden.
- Wat had jij dan verwacht, dat we zomaar even door kunnen lopen?
Ik kijk mijn vader aan en wil iets zeggen, maar besluit om het maar te laten. We staan voor De Meer, een stadion waar ik al vaak wedstrijden gezien heb, alleen of met mijn vader en/of moeder. Lijn 9 rijdt achter ons weg. Het is 17 juli 1989 en Ajax organiseert voor het eerst een Open Dag. We lopen langs het trainingsveld naar het stadion en ik krijg een handtekeningenkaart in mijn hand gedrukt, een lang stuk hard papier met kleine foto's van de spelers en de technische staf met daarnaast ruimte voor een handtekening.
We gaan het stadion in, want de presentatie van de spelers begint zo. Pa gaat op de tribune zitten en ik zoek een mooi plekje uit naast de dug-out, waar ik foto's kan maken. Dat lukt. De close-ups van Jan Wouters, Richard Witschge, Frank en Ronald de Boer, Bryan Roy, Stefan Pettersson en Dennis Bergkamp heb ik al snel.
Na de presentatie lopen we een rondje rond het stadion. De spelers gaan dat later ook doen, om handtekeningen uit te kunnen delen. Het rondje zit er al snel op en we gaan in de rij staan om het deel van het stadion in te mogen wat we normaal niet zien. Een kwartiertje later schuifelen we tussen andere mensen door gangen en zalen. Als we in de bestuurskamer komen gaat Michael van Praag op een stoel staan om iets over de plannen van Ajax te vertellen. Hij doet dat met verve en heeft al snel iedereen stil, omdat hij welbespraakt uitlegt wat dit voor kamer is en hoe Ajax ervoor staat. Er komt een nieuw stadion en hij legt uit waarom dat er komt. Als hij na een minuut of tien van zijn stoel afstapt, komt er iemand naar hem toe om over het nieuwe stadion te praten. Pa en ik lopen erlangs en ik hoor Van Praag 'Desalniettemin' zeggen. Dat woord ken ik niet. We lopen verder en uiteindelijk komen we in de witte gang met foto's van alle eerste-elftal spelers van Ajax in Oranje terecht. Ik voel me klein. Het zal ook wel de bedoeling zijn dat tegenstanders van Ajax zich klein gaan voelen. Iedere foto heeft een verhaal. Keizer, Cruijff, Gerry en Arnold Mühren,
Pa gaat met een plastic beker bier in het stadion zitten om uit te rusten, ik ga op handtekeningenjacht. Bryan Roy wordt belaagd door mensen, er zijn ook mensen die hem over zijn hoofd aaien, maar het lukt me. Dennis Bergkamp komt amper vooruit, maar het lukt me ook. Ik sta te wachten tot Frank de Boer klaar is, maar zijn pen begeeft het. Hij vraagt aan iedereen en niemand of iemand een pen voor hem heeft. Ik heb er twee, dus ik geef hem er een. 'Dankjewel, je krijgt hem nog terug,' zegt hij als hij met mijn eigen pen zijn handtekening op mijn handtekeningenkaart zet. Ik loop door naar Ronald de Boer. Daarna ga ik even het stadion in. Aron Winter staat op een trap naar de tribunes. Hij heeft een mooie handtekening. Beenhakker staat op de tribune en haalt af en toe zijn hand door zijn haar. Ik maak een foto van dat moment, ook al kan ik dat moment wel dromen. Als ik de handtekening van Pettersson heb besluit ik terug naar pa te gaan. Onderweg kom ik Frank de Boer tegen. Hij geeft me mijn pen terug en bedankt me. ik wens hem veel succes voor het komende seizoen.
Als ik bij pa ben vraag ik hem wat desalniettemin betekent. Hij zegt dat het een soort ondanks of desondanks is. 'Een nevertheless.' Hij geeft een paar voorbeelden en ik snap het.
Na een tijdje beginnen de spelers aan de warming-up. Het blonde haar van Peter Larsson wordt wit in de zon. Ik kijk naar mijn vader en hoor hem diep zuchten. Dit is de laatste keer dat hij naar Ajax kan. Gezondheidsredenen. De reis wordt te zwaar. Hij is niet echt bij de wedstrijd, maar haalt stil herinneringen op, denk ik. Piet Römer die na ieder doelpunt pepermuntjes uitdeelde. Met mijn moeder naar Amsterdam en Ajax, voor de wedstrijd winkelen en musea bezoeken en na de wedstrijd de kroeg in. Daarna was het de laatste trein of een van tevoren geboekt hotel.
Na de wedstrijd van Ajax tegen het Telegraafteam lopen we naar de halte van Lijn 9. Het was een fijne, gezellige dag. Druk, maar leuk druk. Niets wat kinderachtig is. Mijn vader kijkt één keer om en daarna naar beneden.
RSS Feed